HET VERHAAL

De ramp is geschied. De impact is enorm.  Er zijn slachtoffers gevallen. Vijf jonge en oudere Trichtenaren zijn overledenen. Overal zijn woningen vernield.  Meer dan 50 huizen zijn onherstelbaar beschadigd. Een flink aantal inwoners is gewond geraakt door vallend puin en rondvliegend materiaal: bomen, huisraad, stenen en glas.

De een zat in zijn huis en werd overrompeld door de kracht van de wind en het rondvliegende puin. De ander was niet thuis toen het gebeurde maar zag het pas nadat ze die middag van het strand kwam. Een derde woonde net een paar straten verder dan de route van de alles vernielende draaikolk. Een vierde was bij een vriend in Utrecht en hoorde het nieuws op de radio. Een vijfde zat in de trein naar Geldermalsen die moest stoppen voor de dreiging van de windhoos en zag in de verte de grauw grijze luchtkolom over het land trekken.

Iedereen heeft de ramp op zijn of haar eigen manier mee gemaakt. Vaak vanuit een heel ander perspectief. Daarom bestaat er geen eenduidig gemeenschappelijk verhaal, maar wordt het verhaal verteld vanuit verschillende ervaringen en invalshoeken.

Om te voorkomen dat het over een specifieke familie, huis of gebouw gaat, hebben wij gekozen voor een verzonnen situatie. De personages en de locatie zijn verzonnen, de dialogen en verhalen zijn echt en gebaseerd op de interviews.

Het verhaal zoomt in op de periode na de ramp. Op het moment dat de inwoners hun lot weer zoveel mogelijk in eigen handen proberen te nemen. Hoe doe je dat, in de wetenschap dat je alles kwijt bent dat je dierbaar is. Je meubels en je kleding, oude foto’s, het kettinkje van je grootmoeder of je eigen trouwjurk.

Het gaat over angst en het onwerkelijke besef ‘God zij dank’ gespaard te zijn gebleven. Over het daadwerkelijk ‘met lege handen staan’ en tegelijkertijd over de kracht en het incasseringsvermogen van de Trichtse vrouwen, mannen en jongeren om gelijk met elkaar aan de slag te gaan. Puin te ruimen, het eigen huis te herstellen of dat van de buren, elkaar te helpen en op te vangen en beetje bij beetje het leven weer inrichten zoals het was of zou moeten zijn in elk huis, in elke straat en in het hele dorp.

DE JAREN ’60

Het verhaal is geplaatst in het tijdsbeeld van de jaren ’60. De alles veranderende effecten van technische innovaties zoals de wasmachine, de rekenmachine. De verbreding van ieders horizon door de komst van de televisie en zelfs kleurentelevisie, van een zicht op dorp en streek naar een wereldwijde blik, zoals de aandacht voor de oorlog in Vietnam, de opkomst van de jongerencultuur, Provo, Flowerpower. Veranderingen in het denken over gezin en relaties door o.a. de invoering van de anticonceptiepil, door het gedachtegoed van feministische bewegingen als Man, Vrouw & Maatschappij en Dolle Mina.

De voorstelling gaat ook over Tricht. Over het leven in een kleine dorpsgemeenschap met een grote onderlinge saamhorigheid en een breed verantwoordelijkheidsgevoel.

Een dorp met jonge mannen. Bouwbakkers, stratenmakers en boerenknechten die hun vriendinnen leren kennen door het lopen van rondjes op het dorpsplein van Geldermalsen. Trichtse jonge mannen aan de ene kant van de straat en in tegenovergestelde richting de groepjes jonge vrouwen uit Tricht, Meteren of Buurmalsen.

Een dorp van meiden die van aanpakken weten. Met moeders als inspirerend voorbeeld. Meiden die niet klagen. Voor wie het normaal is dat ze in de namiddag en avond hun handen uit de mouwen steken. Vaak ten koste van het huiswerk of het spelen met vriendinnen. Na afloop van hun schooldag gelijk aan de slag met het werk dat thuis op hen ligt te wachten. Helpen in de winkel, verstelwerk, de was doen, de ramen lappen, koken of de zorg voor jongere broertjes en zusjes of dieren.

Dorpsbewoners spelen zelf alle rollen, zingen en maken de muziek. Anderen vormen teams die tussen januari en mei aan de slag gaan met het decor, de vormgeving, kostuums en rekwisieten. Enthousiaste, in het dorp wonende professionals begeleiden hen daarbij.

Advertenties